Haar rol binnen het verzet
In het dossier zit het Herinneringsalbum Apeldoorn waarin Map Klomp aantekeningen heeft gemaakt. Zij geeft aan dat A.J. Smit, alias 'De Lange', haar baas was in het verzet. Hij had de verantwoordelijkheid over de 'Jodenverzorging', d.w.z. het onderbrengen van Joden.
Map Klomp behoorde dan ook tot de verzetsgroep Arend Smit en Aart van den Brink. Met kruisjes geeft zij in het herinneringsalbum aan met welke verzetsstrijders en illegale werkers zij te maken heeft gehad. Het zijn o.a. R. van Gerrevink, J. Schut en W. Karreman.
Bij Cor v.d. Dool aan de Sprengenweg 14 was het gewestelijk hoofdkwartier sabotage. Cor was mede-oprichter en leider van de Knokploeg (KP) Apeldoorn.
In aanloop naar de bevrijding kwam de ondergrondse groep vooral op de Asselschestraat 74 en de Heutzlaan 8 bij elkaar. De Slag om Arnhem (17-26 september 1944) was achter de rug en Apeldoorn kwam in de vuurlinie te liggen. De Duitsers hielden de Sprengenweg nauwlettend in het vizier.
Op 2 oktober 1944 werd de groep verraden met als gevolg dat 5 verzetsstrijders werden gefussilleerd, waaronder ook de bovengenoemde drie mannen. Cor en familielid Dirk konden vluchten en doken in de bossen bij Wiesel onder. Map Klomp schrijft in de kantlijn dat twee andere familieleden (de ouders?) van v.d. Dool bij haar thuis werden opgenomen. Helaas kan ik de voornamen niet goed lezen.
Door het verraad werden ook andere leden door de Duitsers gevangengenomen en naar een Duits concentratiekamp vervoerd waar zij mishandeld en vermoord werden. Map Klomp zet kruisjes bij de namen C.J. Westhoff, P.A. Kleekamp, C.A. Kleekamp en M.W. Groen.
Verzetsgroep Arend Smit
Bonkaarten en valse stamkaarten en persoonsbewijzen
De 'Landelijke Organisatie tot steun aan onderduikers' (L.O.) begon aan het begin van de oorlog in 1940 met het verstrekken van levensmiddelenbonnetjes. Dat waren aanvankelijk een deel van hun eigen bonnetjes die ze daarvoor gebruikten. Ook zorgden ze voor valse papieren zoals Ausweisen, stamkaarten, verklaringen van tewerkstelling, persoonsbewijzen etc. In het begin was de verstrekking van bonkaarten amateuristisch en door kleine groepjes verzorgd, maar in 1945 was het tot een grote organisatie uitgegroeid.
In het dossier bevinden zich ook dergelijke documenten en tal van bonkaarten. Apeldoorn werkte aanvankelijk veel samen met het verzet in Amsterdam. Vooral de vervalste persoonsbewijzen voor mannen die aan de door de bezetter verplichte tewerkstelling in Duitsland probeerden te ontkomen, werden door de L.O. Amsterdam verzorgd. Toen echter na september 1943 de contacten met het Westen lastiger werden, moest er een andere mogelijkheid gevonden worden. Vanaf dat moment wordt de voorraad van het stadhuis Apeldoorn geplunderd. Op die manier krijgen ruim 500 personen een nieuw persoonsbewijs. Er werden vier pakken á 250 stuks blanco persoonsbewijzen gestolen. Later werden er nog vele exemplaren ontvreemd en die werden vooramelijk gebruikt om personen uit andere streken te helpen. Ook werden er op die manier tal van zegels die op de persoonsbewijzen geplakt moesten worden meegenomen. Op het stadhuis werd de de diefstal vanaf het begin al ontdekt, maar de dienstdoende chef heeft alles verzwegen.
Map Klomp trekt in de kantlijn van het herinneringsboek een lijn bij het kopje Apeldoorn hielp ook niet-plaatsgenoten.
Terwijl Apeldoorn aan het begin van 1944 van de L.O. Amsterdam per periode nog 600 bonkaarten ontving, stuurde Apeldoorn later zo'n 500 bonkaarten naar elders in het land. Ook lukte het nog om alle onderduikers en gezinnen te ondersteunen met extra voedsel, maar dat stopte in september 1944. De nood was hoog want er waren in de gemeente Apeldoorn evacuees vanuit Arnhem gekomen, die voor het oorlogsgeweld tijdens de Slag om Arnhem moesten vluchten. Vanaf die tijd waren er per periode ruim 2600 bonkaarten nodig! Dat werd erg lastig en bovendien kwam er een tweede Distributiestamkaart. De Duitse bezetter nam de maatregel om illegale werkers te dwarsbomen. De bedoeling was dat de oude stamkaart ingeleverd moest worden en daar werd dan een hoekje vanaf geknipt. Ook werd toen het zegeltje ingevoerd dat op de nieuwe stamkaart en persoonsbewijzen geplakt moest worden. Gelukkig kon de L.O. Apeldoorn aan vervalste hoekjes en bonkaarten komen.
Zo werd er in september 1944 een nieuwe bonkaart beschikbaar gesteld voor de Apeldoornse bevolking, waarvoor ze de vorige bonkaart met nummer 237 moesten inleveren. Dat konden de Arnhemse evacuees echter niet en de Arnhemse bonkaarten werden dan ook als 'waardeloos' in de prullemand gegooid. Ze zouden vernietigd moeten worden. Maar de L.O. wist deze bonkaarten te bemachtigen en zodoende beschikte het distributiekantoor in Apeldoorn ineens over 1200 bonkaarten!
In het dossier zitten vier complete identieke bonnenboekjes met bonkaartnummer KA 411-412 van de 11e en 12e periode (1 oktober tot 25 november 1944), Tevens twee aangebroken velletjes textielbonnen, beide met nr. VA 905.
Nadat de Slag om Arnhem was verloren, brak er een spannende tijd aan en op 29 september kwam het tot de arrestatie van Arie Smit. De K.P. had een overval gepleegd op een krantendrukkerij waarbij het zetsel voor een oproep tot aanmelding voor de Duitse stellingbouw in een plaatselijke krant buitgemaakt werd. De Ortskommandant laat, nadat hij op de hoogte gesteld is van de overval, onmiddellijk nieuwe aanplakbiljetten met de oproep vervaardigen en aanplakken. Arie Smit scheurt een van die aanplakbiljetten van een muur en wordt daarbij betrapt en in de kraag gevat.
Het Apeldoorns verzet was in rep en roer; ze voorzag een razzia. Daarom werd alles in het werk gesteld om zo snel mogelijk wapens en munitie uit de opslagplaats te verdelen over diverse Apeldoornse verzetsgroepen. Dat lukte niet helemaal voordat de avondklok inging en daarna werd het te riskant. Ze besloten allemaal onder te duiken.
Ondertussen was Arie Smit uit zijn benarde situatie in de Apeldoornse politiecel bevrijd: hij had hulp gekregen van een politieman!
Dit is de periode waarin het binnen het Apeldoorns verzet begon te broeien. Een van de verzetsmensen van de verzetsgroep Narda bleek een verrader (l'Ecluse) en dat heeft er uiteindelijk toe geleid dat op 2 oktober 1944 de acht verzetslieden werden gefussilleerd. ('Het grote gebod' Weekblad LO-LKP, nr. 45-49)
Jodenhulp
In het Register van dragers verzetsherdenkingskruis wordt in katern IV op pagina 127 onderaan de naam Heijenga-Klomp, Marigje W. genoemd. Ze is dus drager van het verzetskruis geweest. Daarnaast zit er in het dossier een krantenknipsel van de Arnhemse Courant, 31 mei 1985 waarin vermeld staat dat mevrouw M. Heijenga-Klomp (in de oorlog bekend als Map Klomp) uit Amersfoort de Israëlische Yad Vashem-onderscheiding ontvangen heeft.
Nader onderzoek op de website van de Yad Vashem organisatie leverde inderdaad het bewijs op, want daar prijkt haar naam op de lijst van 'The Righteous Among the Nations Department', met het jaartal 1984 erachter (filnumber M.31.2/2819).
Op de website 'humanitarisme.nl/personen kom ik tevens een bevestigiing van haar verzetsverleden tegen. Daarin wordt gewag gemaakt van het feit dat ze mensen heeft helpen vluchten door hen van Amsterdam naar Apeldoorn te begeleiden naar veilige plekken. Ook heeft ze tussen de 60 tot 600 onderduikers verzorgd. Ze kon altijd rekenen op haar ouders Willem Klomp en Gerrigje Klomp-Verburg wanneer er nergens onderdak te vinden was voor onderduikers.
Zo worden de namen genoemd van Geertruida Finkelstein-Shapiro, wiens vader in Palestina (Safed) was geboren, maar in Amsterdam leefde. Zij zat de laatste acht maanden van de oorlog bij de familie Klomp ondergedoken. Ook Ruth en Henry Lewitz uit Amsterdam vonden onderdak in huize Klomp.
De familie ontving daarvoor een klein beetje geld voor voedsel. Ze zorgden voor ruimte onder de vloer, zodat bij eventuele huiszoekingen niets en niemand gevonden zou worden. Ook de Ondergrondse zorgde voor afleiding voor de onderduikers en gaven hen spullen waarmee ze kleine cadeautjes konden maken die in winkels verkocht konden worden. De opbrengst van deze kleine cadeautjes werden weer gebruikt om de L.O. bij haar taken te ondersteunen.
Daan Frank uit Arnhem
Wie is Daan Frank waarvan een pasfoto in het dossier zit? Waarom heeft Map Klomp die foto bewaard? Aan de achterkant van de foto heeft zij zijn naam genoteerd met de toevoeging: 'Joodse onderduiker Arnhem'.
Via Erfgoedcentrum Gelderland heb ik het stratenboek van Arnhem gekregen uit die oorlogsperiode en het geboorte- en overlijdensregister. Daar komt inderdaad een Daniël Frank in voor, maar deze Daniël is in 1874 geboren en in 1943 in Sobibor vermoord. Op de pasfoto staat een jonge knaap, dus dat kan hem niet geweest zijn. Wie is hij? Is hij een van de Joden die Map Klomp heeft helpen onderduiken? Is het relevant voor het verhaal om dit verder uit te zoeken?
In het digitaal archief van het Joods Museum Amsterdam kom ik geen Daan Frank tegen en bij telefonische navraag in 2019 kreeg ik te horen dat ze geen zaken doen met handelaren of mensen die spullen van handelaren kopen. Ik kwam in het gesprek niet verder, wat ik betreur.
In het boek De stille Slag van Margot Klijn over Joodse Arnhemmers tussen 1933-1945 kom ik hem eveneens niet tegen.
Mijn onderzoek liep hier vast en daar kwam de coronatijd achteraan. Het is een van de vraagtekens die zijn blijven staan en die misschien de moeite waard is om weer op te pakken en verder te onderzoeken.